Waar let je op als bewindvoerder?

Bericht geplaatst op: 09-24-2018, 10:55 uur

Als iemand niet goed meer voor zijn geld kan zorgen, kun je als broer, zus of beste vriend bewindvoerder worden. Daar zitten alleen nog wel wat haken en ogen aan: een fikse familieruzie, bijvoorbeeld

Heb je een bejaarde vader die steeds vaker vergeet zijn rekeningen te betalen? Een alleenstaande tante die in manische buien de halve winkelstraat leeg koopt met haar creditcard? Een psychotische vriend die steeds dieper in de schulden raakt?

Als iemand wegens omstandigheden niet goed voor zijn eigen financiën kan zorgen, kun je via de kantonrechter toestemming vragen om een bewindvoerder aan te stellen. Dit kan zelfs buiten iemands wil om, zolang alle andere belanghebbenden, zoals broers en zussen, instemmen.Deze week bleek uit het jaarverslag van de Raad voor de Rechtspraak dat het aantal bewindszaken in 2017 met 100.000 is toege¬nomen tot een totaal van 500.000.
Inmiddels is bijna een op de drie rechtszaken in Nederland een bewindszaak.Dit betekent niet per se dat er meer mensen onder bewind zijn gesteld. Sinds 2014 moeten alle lopende bewindsdossiers iedere vijf jaar door de rechter worden beoordeeld. En die evaluatiezaken lopen nu binnen. Ook moet de rechter toestemming geven als de bewindvoerder over meer goederen en geldpotjes wil gaan beslissen dan in eerste instantie is aangevraagd.

Maar dan is er ook nog een gevoelige categorie rechtszaken: klachten die worden ingediend tegen de bewindvoerder zelf. Een voorbeeld: een van de broers of zussen is aangesteld als bewindvoerder van een zieke moeder en heeft besloten een zeldzaam kunstwerk te verkopen om geld vrij te maken voor aanpassingen in het ouderlijk huis. De anderen zijn het daar niet mee eens, en gaan procederen.

Onafhankelijke derde
Gezien het risico op conflict en de aanzienlijke administratieve taken, rijst de vraag of je vereerd moet zijn wanneer je gevraagd wordt als bewindvoerder op te treden. Waar moet je op letten voordat je ja zegt?

Informeer allereerst goed waar je aan begint, waarschuwt jurist Kees Blankman, gespecialiseerd in bewindvoerderschap. Kijk aandachtig naar de complexiteit van het vermogen waar je mee te maken krijgt. „Zijn er aandelen? Heb je daar genoeg verstand van?” Ook ethische kwesties kunnen een rol spelen: „Is er nog een bankrekening in Zwitserland en wat vind je daarvan?”

Van oudsher is de bewindvoerder een familielid. Die mag daar een vergoeding van 600 euro per jaar voor vragen. „Bewindvoering valt officieel onder het familierecht en de voorkeur van de rechter gaat dan ook uit naar een familielid”, zegt Blankman. Dat komt volgens hem voort uit het idee dat ouders voor hun kinderen zorgen als ze jong zijn en kinderen voor hun ouders als ze oud zijn.

Toch kan het verstandig zijn om de taak over te laten aan een onafhankelijke derde. Volgens Blankman komt het steeds vaker voor dat er professionele bewindvoerders worden ingehuurd. „Een aantal decennia geleden zag ik als plaatsvervangend kantonrechter dat in zo’n 80 procent van de gevallen een familielid werd benoemd, nu is dat in de grote steden al minder dan de helft.” Zijn verklaring: „Families zijn kleiner, wonen verder weg en er is vaker ruzie.”

Wordt de bewindvoerder wel binnen eigen kring gezocht, onderzoek dan hoe de rest van de familie hierover denkt. Kan het heibel opleveren? Zijn er familieleden die scheef kunnen gaan kijken? Als kantonrechter maakt Blankman mee dat er bijvoorbeeld al gedoe kan ontstaan als de bewindvoerder niet wil dat zijn moeder de reiskosten betaalt, wanneer zijn broer op bezoek komt.

Kies je ervoor het bewindvoerderschap te aanvaarden, wees dan heel transparant, adviseert Rob Monen, directeur financiële dienstverlening bij Humanitas. Hoewel je wettelijk gezien alleen verantwoording schuldig bent aan de kantonrechter, raadt hij toch aan de familie eens per jaar bij te praten. „Zo voorkom je twijfels over de wijze waarop je je werkzaamheden uitvoert. Problemen ontstaan vaak pas na het overlijden, maar dan is het eigenlijk al te laat.”

Taart en vijfsterrenvakanties
Hoe zorg je goed voor andermans geld? Daar gaat het in essentie om volgens Loes den Dulk, directeur van Raad op Maat. „Je bent aangesteld om goed om de centen te letten, maar dat betekent niet dat je zuinig moet doen.”

Volgens het ‘VN-verdrag handicap’, het verdrag voor de rechten van mensen met een beperking, moeten individuen zoveel mogelijk ruimte krijgen om zelf te beslissen. Een bewindvoerder overlegt daarom waar het kan met degene die onder bewind staat. Overweeg of jij de vaardigheden hebt om dat te doen: het is niet alleen een administratieve functie, maar ook een sociale rol.

Bij dilemma’s helpt deze gouden vraag: wat is het belang van de onderbewindgestelde? Als bewindvoerder sta je namelijk aan diens kant en niet aan die van toekomstige erfgenamen, onder wie mogelijk jijzelf.

Den Dulk van Raad op Maat geeft het voorbeeld van iemand in een zorginstelling die iedere week de hele afdeling op gebak wil trakteren. „Dan kun je denken: daar gaan we niet aan meewerken. Maar je kunt ook zeggen: waarom niet? Hij heeft genoeg geld en het is toch onbetaalbaar dat iedereen elke week zo blij met hem is?”

Je hoeft geen professionele bewindvoerder te zijn om uit te vinden of iemand de consequenties van zo’n beslissing kan overzien, vindt Den Dulk: „Voer een goed gesprek, sluit je aan bij de mogelijkheden van de ander en wijs op eventuele voor- en nadelen.”

Het enige moment waarop je moet ingrijpen is als de ander de keuze onvoldoende overziet – in dat geval wilsonbekwaam is – én echt nadeel ondervindt van de keuze. „Bijvoorbeeld als er niet genoeg geld overblijft voor eigen medicijnen. Maar niet als er te weinig erfenis overblijft voor de kinderen.”

„Vroeger was bewind vooral: het familievermogen zo intact mogelijk houden voor de volgende generatie”, weet jurist Blankman. Dat is veranderd. „Nu vinden we: het geld is van die persoon, maak het maar op. Als hij of zij leuke dingen wil doen zoals een vijfsterrenvakantie? Huppakee.”

Toch loop je als bewindvoerder óók het risico dat je bij de jaarlijkse controle op je kop krijgt van de kantonrechter. Of erger nog: dat je een schadevergoeding moet betalen. Blankman: „Familieleden kunnen procederen dat je een slecht bewindvoerder was omdat je toestemming gaf voor de aanschaf van die dure diamant.”

Het belangrijkste devies is dus: blijf overleggen, zowel met de kantonrechter als met de rest van de familie. 


Bron: https://www.nrc.nl/nieuws/2018/04/26/waar-let-je-op-als-bewindvoerder-a1601012